Koninginnedagviering was altijd vaste traditie in de wijk

De 93-jarige mevrouw Hiestand heeft dierbare herinneringen aan de organisatie en viering van koninginnedag. Zij maakt vanaf 1050 deel uit van een groep van tien mensen die 15 jaar achtereen samen Koninginnedag organiseerden. Pas in 1978 hier de hele groep ermee op omdat ze allen op een leeftijd waren gekomen dat ze het niet meer volhielden zo lang in touw te zijn. Het blijvende contact daarna was volgens haar tekenend voor de onderlinge verbondenheid die men in die tijd in de wijk voelde. Ook op andere manieren droeg mevrouw Hiestand haar steentje bij.

 

Al vanaf 1936 was er in de Burgemeesterwijk de traditie van een uitgebreide viering van Koninginnedag, toen nog op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina. Direct na de oorlog, in 1946 werd de draad weer opgepakt. Juist in dat jaar verhuisde mevrouw Hiestand met haar man en kinderen (een dochter van 7 en een zoon van anderhalf) van Zutphen naar de Ridderstraat in Leiden. Haar man had een baan bij het Ministerie van Justitie gekregen. Vanaf 1050 ging ze deelnemen aan het organisatiecomité van Koninginnedag. “De Rijndijkbuurt hoorde er toen nog niet bij. Het was een bewuste keus om het feest alleen te organiseren voor de Burgemeestersbuurt tot aan de brug, anders werd het te groot.”

 

Jan Plezier
Bij de initiatiefnemers, meneer en mevrouw Taselaar, kwamen ze bijeen in de Tiboel Siegenbeekstraat. In februari begonnen de voorbereidingen: spelletjes bedenken in samenwerking met een leraar lichamelijke opvoeding, inkoop van cadeautjes, het regelen van de muziek en de Jan Plezier, waarmee de kinderen een tochtje door de wijk konden maken. Haar man stelde de collectelijsten op en mevrouw Hiestand ging ermee langs de deuren om aan de nodige financiën te komen. Voor drie gulden kregen de mensen 6 bonnetjes voor snoep, deelname aan spelletjes en het ritje met de Jan Plezier. Het Rad van Avontuur, dat aan het einde van de middag werd gehouden zorgde ook voor inkomsten. Winkeliers in de buurt, zoals bakker Nachtegaal en kruidenier Janson, stelden prijzen beschikbaar.

Na een optocht van verklede kinderen en fanfare vond het feest plaats op het pleintje bij de Cobetstraat. “Ik was altijd weer ontroerd als het Wilhelmus werd gespeeld en de kinderen uit volle borst meezongen.” In het begin namen driehonderd kinderen deel aan het feest en dit aantal groeide later uit tot meer dan vijfhonderd kinderen. “In de ochtend waren er spelletjes zoals blokje rapen, eieren lopen, zakjes opblazen, zaklopen en hoepelen. De kleine kinderen hadden altijd prijs met de grabbelton. In het begin van de middag was er poppenkast en een optreden van een goochelaar of een clown, en daarna voor de grotere kinderen kussengevechten.” De dag sloot af met het Rad van Avontuur, maar daarna waren de organisatoren tot ver na middernacht bezig met geld tellen. Het feest was altijd een groot succes en mevrouw Hiestand en medeorganisatoren vonden het dan ook spijtig dat zij op het hun leeftijd niet meer volhielden van 7 uur ’s ochtends tot diep in de nacht in touw zijn. Opvolgers waren er helaas niet meer te vinden in 1978.

 

Saamhorigheid
Tekenend voor de saamhorigheid van toen was niet alleen de trouwe hulp van steeds dezelfde vrijwilligers. Ook daarna bleven ze contact houden. “We gingen lange tijd elk jaar met elkaar uit eten en ook nu nog denk ik er in februari altijd aan. Jarenlang bracht ik op Koninginnedag een bloemetje naar enkele anderen uit het groepje.” Ook in andere opzichten merkte je dat buurtgenoten meeleefden. Toen de dochter van mevrouw Hiestand trouwde, kreeg ze van iedereen in de Ridderstraat een cadeautje. “Het waren net dorpjes in die tijd, die straten.” Zij op haar beurt was ook goed op de hoogte van het wel en wee van haar buren. Dat was niet alleen omdat ze veel thuis was zoals de meeste vrouwen in die tijd. Het was toen immers gewoon voor vrouwen na het huwelijk te stoppen met buitenshuis werken. Die betrokkenheid had ook te maken met haar beroepsachtergrond.

 

Verpleegster
Mevrouw Hiestand was verpleegster geweest en had dit beroep voor haar huwelijk 12 jaar uitgeoefend. “Graag was ik weer in het ziekenhuis gaan werken toen mijn kinderen groter werden, maar het bleek niet meer het echte verplegen zoals ik dat gewend was, met veel aandacht voor de patiënten.”
Ze heeft toen in de jaren tachtig op vrijwillige basis meegeholpen met borstkankeronderzoek bij de GGD. Maar haar buurtgenoten wisten haar te vinden als er sprake was van ziekte of onverwachte sterfgevallen, soms zelf midden in de nacht: “Ze komen vanzelf naar je toe als ze weten dat je verpleegster bent geweest. In feite zette ze zo op informele wijze haar beroep voort. Ook later, toen ze eenmaal was verhuisd naar haar huidige woning aan de Burggravenlaan, bezocht ze veel ouderen in de wijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Traditie in ere hersteld
Mevrouw Hiestand ziet om haar heen dat de nieuwe generatie wijkbewoners minder ruimte hebben voor alledaagse contacten en spontane initiatieven in de buurt. Hun hechte Koninginnedagcomité ontstond destijds vanzelf en had volgens haar niets met een wijkvereniging te maken. Maar ze juicht het toe dat de huidige wijkvereniging nu voorbereidingen treft om de traditie van de Koninginnedagviering in ere te herstellen. “Dat mensen 25 jaar achtereen bereid zijn te helpen is nu ondenkbaar”, constateert ze nuchter. “Maar misschien wekt de nieuwe viering toch zoveel enthousiasme dat het ook de jaren daarna door kan gaan.”