Meneer, u woont in de wastafelbuurt

Het is een bekend huis met Kerstmis. De zijgevel is dan versierd met een grote kerstboom van lampjes. De opa van de huidige bewoner Ap van Doorn (geboren in 1945), de heer Diekman, kocht in 1938 het herenhuis op de hoek van de Van den Brandelerkade en de Burggravenlaan. Vanaf deze plek hebben drie familiegeneraties de wijk zien groeien. “Het uitzicht is iets minder weids dan vroeger, maar er is nog genoeg ruimte en natuur in de buurt om mij te inspireren in mijn kunst”, aldus Van Doorn.

 

“Mijn opa heeft het huis in 1938 ‘uit de put’ gekocht, inclusief de grond, voor iets meer dan 9000 gulden. Hij werkte voor de toenmalige Bataafse Petroleum Maatschappij, later Shell, in Indonesië, ging vervroegd met pensioen en kreeg zijn pensioen in één bedrag mee. Daarvan kocht hij het huis aan de Van den Brandelerkade 31 en meer huizen in de nieuwe wijk. Opa heeft dit huis twee stenen breder laten maken dan de andere huizen in de straat. Ook liet hij er direct centrale verwarming inzetten. Dit was één van de eerste huizen die zo modern was”, vertelt Ap van Doorn over zijn huis. Opa reed geen auto en liet zich vaak van het Centraal Station naar huis rijden. “De taxichauffeurs kenden de nieuwe buurt nog niet goed. De Lorentzkade wisten ze soms nog wel, maar de Van den Brandelerkade niet. Een keer zei een taxichauffeur tegen hem: ‘Mijnheer, U woont in de wastafelbuurt!’ Meer dan één wastafel in huis was toen bijzonder.” De Burggravenlaan en de De Sitterlaan waren vroeger de rand van de wijk. “Opa vertelde dat hij in de oorlog vanuit de dakkapel het bombardement in Rotterdam kon zien.” Zelf woonde Ap van Doorn tot zijn elfde jaar met zijn vader, moeder en zus in Leiderdorp. “Dikwijls, in die tijd was mijn moeder me kwijt. Dan was ik naar opa toe, helemaal op de step. Opa belde dan mijn vader, die onderwijzer was op de Kernstraatschool hier in de wijk. Dan kon ik met hem weer terug naar huis. De Kernstraatschool was een openbare ‘Opleidingsschool voor gymnasium en HBS’. De school groeide snel en het gebouw werd op een gegeven moment te klein. Toen zijn er een paar klassen verhuisd naar het vroegere Joodse Weeshuis.” Na de dood van zijn vader in 1956 trok hij met moeder en zus in bij opa en oma boven.

 

Zichtbare kinderen
In zijn HBS-tijd in de jaren zestig, was Ap lid van de korfbalvereniging Fluks aan de Cronesteinkade, één van de oudste korfbalverenigingen van Nederland. “Ik ben twee keer blijven zitten in dezelfde klas omdat ik zo fanatiek bezig was met het organiseren van het aspiranten korfbaltoernooi. Toen ben ik naar de MULO gegaan en daarna terug naar de vierde klas van de HBS.” Bij Fluks ontmoette hij zijn latere vrouw Corry Boom, die vaak langs het veld stond, omdat een vriendin van haar meespeelde. “We leerden elkaar beter kennen op de dansavondjes van Fluks, georganiseerd door meneer Uphoff, een broodverkoper die dansles gaf bij Fluks”, vult Corry van Doorn aan. Zelf woonde zij toen op het Utrechtse Veer, maar ze kwam al van jongs af aan in de wijk. “Ik speelde vaak op het grote grasveld aan de Mey van Streefkerkstraat. Dat veld was heel oneffen, weet ik nog. De hoge hobbels waren in mijn beleving als kind een soort bergen.” Ap herinnert zich dat ook: “Ik ging er vaak crossen met mijn fiets.”
Toen ze trouwden in 1966 bestond er woningnood. Corrie van Doorn: “Eén van de huizen van opa in de Thorbeckestraat stond leeg, maar de gemeenteambtenaar zei: “Kom maar terug als je twee zichtbare kinderen hebt’.” Via een advocatenkantoor, waar ze als secretaresse werkte, kwamen ze aan een etage op de Breestraat. Ze moesten wel de schijn ophouden. “Officieel woonden we in bij opa. Er kon gecontroleerd worden, dus hadden we boven twee paar pantoffels neergezet. In 1968 stierf opa en toen gingen we er ook echt wonen.” De zus van Ap, die er eerst ook nog woonde, was inmiddels verhuisd, maar zijn moeder bleef boven wonen. Ze stierf in 1973. In 1969 werd hun eerste dochter geboren. “Het was dus een echt familiehuis. Er zijn zoveel kinderen van verschillende generaties geboren. Mijn tante heeft er haar twee kinderen gekregen. Mijn zus twee kinderen, en in ons gezin zijn er ook twee dochters geboren.”

 

 

 

Brand

De dakkapel aan de zijkant van het huis was een strategische plek. “Van daaruit keek je uit op het geel geschilderde buurthuis het Profje. Dat lag lager, je moest een paar treden af. Je hoorde vooral in de zomer vaak muziek, bijvoorbeeld van trouwfeesten. Naast het Profje lag de speeltuin in het weiland waarin de paarden van leveranciers uit de buurt stonden, bijvoorbeeld het paard van groenteboer ’t Zelfde.”
“Ik zat in 1965 vaak vanuit de dakkapel naar de bouw van de Vredeskerk te kijken. Opa kwam weinig in de kerk, maar dominee Vossers was vaak bij hem thuis om een sigaar te roken na de dienst. In 1987 in de nacht van 30 op 31 december zagen we de Finse school afbranden. We keken vanuit de slaapkamer en konden daarna niet meer slapen. Toen begon ik s´nachts maar alvast met oliebollen bakken. Het mooie huis staat op het meest zuidelijke puntje van de Burgemeesters wijk. “De sloot hier voor de deur heeft voor mijn gevoel ook altijd echt de grens gevormd tussen de Professoren- en de Burgemeestrswijk. Er was toen toch een zeker standsverschil. In de Professorenwijk zaten toentertijd veel winkeliers, vooral in de Van ´t Hoffstraat. Waar nu het postkantoor is, zat vroeger Zirkzee en Zirkzee verhuisde naar de plak waar later drogisterij Van Harteveld kwam (nu Da drogist). Waar nu de dameskapper zit, was toen een visboer en later patatzaak ´t Zwaantje. Ik herinner me ook nog kantoorboekhandel Lectura op de Zeemanlaan. En je had een zaak met huishoudelijke artikelen tegenover Van Harteveld waar nu de dierenzaak is. In de Burgemeesterswijk hadden we veel minder winkels, maar wel bijzondere. We kwamen wel in Cobetstraat, bij bakker Nachtegaal. Daarnaast was ook een patatzaak, waar je saté met stukjes ananas kon krijgen. Dat vonden we toen heel bijzonder.”

 

 

 

Kleurige dekentjes
“Vijftien jaar geleden wilde de afdeling Groen van de gemeente de heemtuin, die vroeger voor de Molen aan de Kanaalweg lag, verlengen naar de Lorentzkade en de Van den Brandelerkade. Wij wilden dat lange gras niet omdat we bang waren dat daar spuiten terecht zouden komen. De methadonverstrekking door de GG en GD in de Roodenburgerstraat zit daar immers vlakbij. Een rechter en een bioloog die in de wijk woonden, waren woordvoerders, dus ze hebben dat gelukkig tegengehouden.” Ap is hervormd opgevoed, maar had oorspronkelijk niet zo’n sterke band met de Vredeskerk naast zijn deur. “De kinderen zijn er wel gedoopt en naar zondagsschool geweest. Maar ik huldigde het idee ‘Voor geloven heb je geen kerk nodig’. De kerk heeft een grotere parochie dan alleen de Professoren- en Burgemeesterswijk. Haar sociale en culturele functie is heel belangrijk met activiteiten zoals klaverjassen, volksdans en zangkoren. De Vredeskerk is eigenlijk een soort wijkcentrum. Vanaf 1996 ben ik actief geworden in de kunstcommissie van de Vredeskerk en zoek steeds naar wijkgenoten die willen exposeren. Het gaat daarbij niet alleen om echte kunst. Zo heeft er ook een keer een mevrouw kleurige dekentjes geëxposeerd die ze had gebreid voor baby’s in ontwikkelingslanden.” Na een herseninfarct in 2000 moest Ap stoppen met zijn werk als registeraccountant. Hij is zich daarna helemaal op zijn hobby gaan toeleggen. Vanaf 1979 was hij al bezig met tekenen en schilderen. Daar is boetseren en beeldhouwen bijgekomen. Het Zuid- Hollands landschap en vooral koeien zijn geliefde onderwerpen. “Mooie weilanden kan ik dichtbij huis nog genoeg vinden, al zijn er tot mijn spijt geen koeien meer in Cronestein.” Begin jaren negentig heeft hij in het bos van dit polderpark een unieke film opgenomen waarin de vier seizoenen mooi zijn vastgelegd. “Ik ben daar toen een jaar lang elke zondagmorgen naartoe geweest en heb 55 uur opgenomen. Die heb ik teruggebracht tot 33 minuten.” De kunstwerken van Ap van Doorn zijn te zien op: www.apvandoorn.com